Nieuw arrest Hoge Raad over aansprakelijkheid franchisegever bij onjuiste prognoses

Op 24 februari 2016 heeft de Hoge Raad een arrest gewezen over de aansprakelijkheid van franchisegevers bij het verstrekken van onjuiste omzetprognoses aan (aspirant) franchisenemers. Een franchisenemer die van franchisegever foute prognoses heeft ontvangen, kan franchisegever in sommige gevallen aansprakelijk stellen en de franchiseovereenkomst vernietigen wegens dwaling. Voor aansprakelijkheid is niet noodzakelijk dat de franchisegever wist dat de prognose fouten bevatte. De franchisegever die zelf ondeugdelijke prognoses heeft opgesteld, kan ook aansprakelijk worden gesteld als de fouten voortkomen uit eigen onzorgvuldigheid. Het gaat dan wel om de situatie dat de franchisegever zelf het onderzoek heeft uitgevoerd of laten uitvoeren, en de resultaten daarvan aan de franchisenemer heeft verstrekt.

In situaties waarin de franchisegever het onderzoek en het opstellen van het prognoserapport (prognoses) bij verstrekken aan een derde heeft uitbesteed, mag de franchisegever in de regel op de juistheid van dat rapport vertrouwen, tenzij de franchisegever wist dat het rapport ernstige fouten bevatte (Hoge Raad 25 januari 2002, Paalman/Lampenier).

Dit nieuwe arrest ziet dus vooral op de situatie waarin franchisegever onjuiste prognoses heeft verstrekt door zelf rapportages te maken en daarin onzorgvuldig te zijn geweest waardoor fouten in het prognoserapport zijn opgenomen. Het volledige arrest is te lezen op: ECLI:NLHR:2002:AD7329.